Afronden en aftellen

Nog maar enkele dagen geleden was er Hoop. Verwachting op Beterschap. Die is nu geheel vervlogen. Het is voorbij. Binnenkort leeft Joop niet meer.

De man die mijn moeder’s maatje was de laatste jaren. Ze hebben samen zoveel pret gemaakt. Ook toen ze niet meer door hem alleen verzorgd kon worden, liet hij haar niet in de steek.

Elka dag ging hij naar haar toe. Samen eten, tv kijken, knuffelen en wachten tot ze rustig sliep. ‘Wij zijn maatjes, hoor!’ zei hij altijd vrolijk. ‘Ik laat haar niet in de steek!’

De laatste weken was hij ziek. Zelf niet zo positief. Terecht. Twee dagen geleden blijkt dat hij zijn levensdagen moet gaan aftellen. Een of twee maanden. Als het aan hem ligt, geen lijdensweg. Heeft alles nog zelf in handen.

Intens verdrietig. Egoïstisch. Ik wil hem nog niet kwijt! Bewondering. Hij heeft er vrede mee. Een goed lang leven en dat is dan nu voorbij. Niet zeuren. ‘We hebben het toch mooi gehad samen?’ Ik kan er nog niet bij. Joop steunde mij, hield van mij als een dochter, waarschuwde mij en belde bijna iedere dag. ‘Kom op meid, ik ben trots op je!’ Hoe moet dat nu straks?

Gelukkig heb ik nog even tijd eraan te wennen. Zal me groot houden, zodat hij trots op me kan blijven. Zal hem zoo ontzettend gaan missen. Hoop dat hij niet lang hoeft te lijden. Hij verdient een hele mooie plaats in de wereld hierna. Het leven is niet altijd gemakkelijk. Ik kan er soms niet bij.

Dit bericht is geplaatst in Levenskunst. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *